Wie?

Op enkele opgewekte en enthousiaste academici na zul je vandaag de dag niet veel mensen tegenkomen die zichzelf als Stoïcijn bestempelen. Niet omdat ze het niet ZIJN, maar omdat ze zich er niet van bewust zijn dat de principes die zij als leidraad in hun leven gebruiken, oorspronkelijk Stoïcijnse principes zijn. Om het wat tastbaarder te maken (en hopelijk ook herkenbaarder) nemen we voorbeelden uit de sport, liefst met bekende Nederlandse sporters. Hier en daar een bekende buitenlander om iets te verduidelijken kan natuurlijk ook. Sommigen illustreren stoïcijnse uitgangspunten, niet uit keuze, maar vanwege wat hun overkomen is. Anderen demonstreren dat ze keuzes maken op basis van stoïcijnse principes, zonder dat ze dit zelf stoïcijnse principes noemen. Beide soorten voorbeelden zijn nuttig als demonstratie.

Een belangrijk uitgangspunt van de Stoïcijnen is dat er maar heel weinig is waar je zelf de volledige controle over hebt. Eigenlijk vrijwel niets, behalve je eigen gedachten (hoewel die soms ook ongecontroleerd in je op komen) of in ieder geval jouw eigen oordeel over jouw eigen gedachten: welke gedachten vind ik redelijk en wil ik opvolging aan geven en welke niet? De keuzes die je vervolgens maakt, datgene wat je wíl gaan doen op grond van jouw goedgekeurde gedachten, dát heb je ook nog volledig zelf in de hand. De resultaten, de gevolgen van die acties, die heb je niet meer volledig zelf in de hand. Er zijn ALTIJD externe factoren die hier ook invloed op hebben. In veel gevallen zelfs een grotere invloed dan jij zelf.

Een ander belangrijk punt is dat, helemaal los van waar jij mee bezig bent en wat je hebt besloten te gaan ondernemen, vervelende dingen vanuit onverwachte hoek per definitie ooit gaan gebeuren. Of, zoals de Amerikanen zo mooi en plastisch zeggen: SHIT HAPPENS. Op naar de voorbeelden.

fernando ricksen

Fernando Ricksen heeft een heel acceptabele voetbalcarrière achter de rug, voornamelijk bij Glasgow Rangers, kijkt uit naar een aangenaam vervolg van zijn leven en krijgt plotseling de diagnose A.L.S. te horen. Weg toekomstperspectief, helemaal niks aan te doen. En als we even in de voetballerij blijven en zelfs heel actueel in 2017. Op 8 juli 2017 zakt Abdelhak Nouri tijdens een oefenpartijtje van Ajax plotseling in elkaar. Hartritme stoornis. De reanimatie duurt iets te lang waardoor zijn hersenen ongezond lang van zuurstof verstoken blijven met hersenschade als gevolg. Een goed getrainde jongeman van 20 die zichzelf tiptop verzorgde. Of neem Cheick Tioté, een Ivoriaanse voetballer van 31 die enkele jaren in Nederland voetbalde voor Roda JC en FC Twente en die op 5 juni 2017 sterft aan een hartstilstand. Twee recente voorbeelden van actieve sporters waarbij hun eigen lichaam het zonder aankondiging in één keer begeeft. Maar het kan je net zo goed door acties van buitenaf gebeuren: op 22 april in ditzelfde jaar wordt wielrenner Michele Scarponi tijdens een training door een busje aangereden en overlijdt ter plaatse. Nog recenter: op 16 november 2017 overlijdt nationaal badminton kampioen Erik Meijs. Stilstaand in een file wordt hij vanachteren door een vrachtwagen aangereden en overlijdt enkele uren later in het ziekenhuis in Duisburg.

Als je door de jaren heen de sportanalen terugleest kun je voorbeeld na voorbeeld vinden. Geen filosofen, maar sporters die een stoïcijns principe op de meest confronterende manier demonstreren: shit wíll happen. Ook op een wat minder dramatisch vlak demonstreert Max Verstappen in 2017 dit principe. In de eerste 9 races van het seizoen valt hij 5x uit, telkens met materiaalpech of omdat iemand anders hem aanrijdt. Oorzaken die dus buiten hemzelf liggen, waar hij niets aan kan veranderen, maar ze overkomen hem wel. Ook hier geldt: shit happens.

Twee beroemde figuren uit de Nederlandse sport tonen trekjes van stoïcijnse filosofen. Om te beginnen Johan Cruijff. El Salvador hanteerde het principe dat er een goeie manier is om dingen te doen en een verkeerde manier. En dat staat volkomen los van het resultaat! Een voorbeeld. Volgens Cruijff is het de taak van een buitenspeler om zich los te maken van zijn directe tegenstander en een perfecte voorzet af te geven voor de spits, waaruit die laatste dan een doelpoging kan doen. Een rechtsbuiten die zijn tegenstander niet uitspeelt maar vanaf de cornervlag hard op goal schiet en (puur mazzel) zomaar scoort (fantastisch resultaat) zou door Johan zomaar ter plekke gewisseld kunnen worden. Omdat die speler zijn taak niet goed uitvoert, wat uiteindelijk niet tot het gewenste resultaat gaat leiden.

JohanCoach3

Het is belangrijk dat je de goeie dingen doet en dat je die goed doet. Het onmiddellijke resultaat ervan heb je zelf niet in de hand (de spits kan de voorzet verprutsen, een plotselinge windvlaag kan de bal van richting veranderen, de keeper kan een fantastische redding doen) maar de keuze die je maakt over wat je gaat doen wél. En daar beoordeelt Johan je op. Een stoïcijns oordeel.

Een heel recent voorbeeld van een stoïcijnse Nederlandse topsporter is Tom Dumoulin. Zijn stoïcijnse principes dragen rechtstreeks bij aan zijn Giro zege, maar hij demonstreerde ze het duidelijkst na zijn mislukte jacht op olympisch goud. Hoewel hij in 2016 in topvorm was, ging er in zijn voorbereiding het nodige fout. Hij koos ervoor de Giro te rijden, omdat de Tour de France te dicht voor de Olympische Spelen lag. Echter de Giro moest hij na een paar etappes verlaten vanwege een ontsteking aan zijn zitvlak. Dan toch maar de Tour. Daar wint hij fenomenaal een bergetappe en rijdt een fantastische tijdrit. Maar hij valt ook vlak voor het einde van de Tour met een scheurtje in zijn pols als gevolg. Weg voorbereiding op de spelen. Hij rijdt de olympische tijdrit uiteindelijk toch en finisht als tweede.

Dumoulin-4

In een interview met Thijs Zonneveld komen passages voor als:

  • Thijs: Hoe vaak heb je die ene vraag gesteld: Wat als?
  • Tom: Wat als wat?
  • Thijs: Wat als je je pols niet had gebroken?
  • Tom: Die vraag heb ik me geen enkele keer gesteld.
  • Thijs: Waarom niet?
  • Tom: Waarom wel? Had die gedachte me beter gemaakt?

Raakt de kern van stoïcisme: je eigen gedachten bepalen of je je gelukkig danwel ongelukkig gaat voelen. Hou dus op met gedachten die je ongelukkig maken. Zijn uitleg op de verbazing van Zonneveld over deze houding:

  • Tom: Ik analyseer alleen dingen waar ik invloed op heb, waar ik beter van kan worden. Bochten, aerodynamica, de vraag of ik op dat ene stuk tegenwind harder had moeten rijden. Dat zijn dingen waar ik de volgende keer iets aan kan doen. Die Als-vragen vind ik niet interessant. Als telt niet.

Het enige dat volledig binnen je eigen controle ligt zijn jouw mening en de besluiten die je neemt om je eigen gedrag te veranderen. Al het overige hangt voor een groot deel af van zaken die buiten jouw macht liggen en daar hoef je dus ook geen emoties aan te verspillen. Tom Dumoulin heeft dat begrepen en heeft zich aangeleerd naar die principes te leven. Zo kon hij een jaar later in de Giro de rust bewaren, ondanks dat in de belangrijkste etappe zijn darmen hem dwongen af te stappen, zich helemaal uit te kleden en in de berm gaan zitten poepen. Er zijn nu eenmaal zaken die je niet volledig onder controle hebt, zoals lichamelijke functies. Dus energie verspillen om daar tegen te vechten is nutteloos en leidt alleen maar tot negatieve emoties, waardoor je nog meer energie gaat verspillen. Gewoon toegeven aan het onvermijdelijke en dan vanuit dat punt weer verder gaan waar je mee bezig bent: de Giro winnen.